Hoeve Lotmeer als kennislocatie
Binnen de publiek-private samenwerking (PPS) Zoetwaterboeren vervult akkerbouwbedrijf Hoeve Lotmeer in Anna Paulowna de rol van expertisecentrum voor agrarisch waterbeheer. Hier is een innovatief watersysteem gerealiseerd waarin drainwater wordt opgevangen, gezuiverd, opgeslagen en opnieuw benut. Dit maakt het mogelijk om flexibel om te gaan met wisselende weersomstandigheden, met behoud van waterkwaliteit. Nu het opvang- en infiltratiesysteem volledig operationeel is, kan nauwkeurig worden vastgesteld hoeveel water en nutriënten via de drains worden afgevoerd. Dat levert waardevolle inzichten op in bodemprocessen, nutriëntenstromen en uitspoeling.
Vergunningstraject benut voor kennisopbouw
Het opgevangen water wordt binnen Zoetwaterboeren opgeslagen in een ondergrondse zoetwaterbel. Voor deze toepassing is een infiltratieput geboord, waarvoor als eerste in Nederland een vergunning is afgegeven. De lange voorbereidingsfase richting deze vergunning is benut om de uitgangssituatie van de percelen zorgvuldig vast te leggen via systematische bemonstering. “Die metingen hebben veel kennis opgeleverd,” aldus Mager. “Daarnaast zijn bij de aanleg van het watersysteem meerdere zuiveringsstappen ingebouwd om te garanderen dat het water gecontroleerd en schoon wordt geïnfiltreerd.”
Praktische bemonstering op perceelniveau
Voor het onderzoek zijn op elk van de acht percelen zes proefvlakken van 15 bij 15 meter aangelegd. Er is gewerkt met drie varianten: onbeteeld en onbemest (braak), beteeld zonder bemesting en beteeld met praktijkbemesting. “Deze opzet maakte een goede vergelijking mogelijk tussen de verschillende behandelingen,” licht Mager toe.
In de eerste onderzoeksfase zijn de proefvlakken afzonderlijk bemonsterd. “Bij de laatste Nmin-metingen, eind vorig jaar, zijn we overgestapt op bemonstering van het volledige perceel. Daarmee sluit de aanpak aan bij het Nmineraal-residuprotocol dat wordt gebruikt binnen doelsturing.” Zowel N-mineraal als totaal stikstof zijn gemeten, aangevuld met gegevens over nutriëntenopname door de gewassen.
Ruimte voor vervolgonderzoek
Het exact vaststellen van stikstofuitspoeling bleek binnen dit onderzoek nog niet mogelijk. “Juist daarom is een vervolg belangrijk,” stelt Mager. “Deze locatie biedt unieke kansen om uitspoeling verder te onderzoeken in relatie tot teeltmaatregelen zoals gewaskeuze en bemesting.” Daarbij moet volgens hem worden beseft dat grondwaterkwaliteit het resultaat is van een optelsom van processen, waaronder ook factoren waar de teler geen directe invloed op heeft, zoals de afbraak van organische stof.
Meten om beter te begrijpen
Meten leidt tot inzicht en – tot op zekere hoogte – tot mogelijkheden om de stikstofbenutting te verbeteren. Volledige controle is niet realistisch, maar beter begrijpen wat er speelt en daar zo goed mogelijk op inspelen wél. Daarmee draagt het project bij aan zowel kennisontwikkeling als bewustwording in de sector.
Aanvankelijk werden alle monsters handmatig genomen. Om op meer momenten en locaties te kunnen meten, is later overgestapt op geautomatiseerde monstername. “Dat leverde een flinke tijdsbesparing op en zorgde bovendien voor consistenter en betrouwbaarder meetresultaten,” aldus Mager.
N-mineraal als sleutelindicator
Het N-mineraalgehalte in het najaar blijkt een belangrijke indicator voor de grondwaterkwaliteit. “Het weerspiegelt alle processen in de bodem, inclusief die waar je als teler geen directe invloed op hebt,” zegt Mager. “Wie durft te meten en daar actie aan verbindt, verkleint risico’s.” Deze inzichten zijn verder uitgewerkt binnen pijler 2 Meten & monitoren en dragen bij aan de pijler kennis en bewustwording van de Sectoraanpak Nitraat.
Het project Zoetwaterboeren maakt duidelijk dat bemonstering geen eindpunt is, maar juist het begin. Meten geeft inzicht en biedt handvatten om de omstandigheden en stikstofbenutting te verbeteren. “Volledige grip is niet haalbaar, maar begrijpen wat er gebeurt en daar zo goed mogelijk op inspelen wel,” besluit Mager.