Integrale Aanpak Onkruidbeheersing

Teeltvoorbereiding voor beheersing onkruid

Toelichting

Het beslismodel teeltvoorbereiding is een hulpmiddel voor een teler om een keuze te maken voor de onkruidbestrijding voorafgaand aan de teelt. Deze maatregelen zijn bedoeld om de teelt schoon te beginnen.

 

De eerste stap is bepalen of er wortelonkruiden aanwezig zijn op het perceel. Wanneer wortelonkruiden aanwezig zijn, kan de gangbare teler deze plaatsspecifiek bestrijden met een geschikt systemisch gewasbeschermingsmiddel, afhankelijk van het onkruid. Telers die deze middelen niet kunnen of willen gebruiken hebben een aantal andere maatregelen die ze kunnen toepassen. Wortelonkruiden kunnen worden bestreden door inundatie, diepploegen of het onkruid uit te putten door het land meermaals los te trekken met een cultivator. Inunderen is een maatregel die alleen effectief is wanneer het wordt toegepast in de warme zomerperiode voor een voldoende tijdsduur, het is uitsluitend mogelijk op vlakke percelen. Diepploegen kan een overweging zijn wanneer er grote problemen zijn met wortelonkruiden, mits de opbouw van de bodem hier geschikt voor is. Het diepploegen heeft een negatief effect op het organische stofgehalte.

 

Wanneer de wortelonkruiden zijn bestreden, kan de teler de voorvrucht onderwerken afhankelijk van de situatie. Zo kan grasland worden ondergewerkt doormiddel van mulchen. Een stoppel of groenbemester kan in drie stappen worden ondergewerkt: gewasresten klepelen, deze resten laten afsterven en daarna inwerken. Het is van belang om het klepelen tijdig uit te voeren, wanneer de groenbemester groen wordt ingewerkt verhoogt dit de kans op schade door rhizoctonia. Bij braakland is de voorbewerking nodig wanneer er onkruid staat. Dan kan er een oppervlakkige grondbewerking worden gedaan bij schraal weer om het onkruid uit te drogen.

 

Nadat de voorvrucht en de aanwezige onkruiden zijn bestreden, kan de grondbewerking uitgevoerd worden. De keuze voor de grondbewerking is afhankelijk van de onkruiddruk. Bij een lage onkruiddruk kan de teler kiezen voor een niet-kerende grondbewerking (NKG) of een kerende grondbewerking. Bij een hoge onkruiddruk is het raadzaam om een kerende grondbewerking toe te passen. Indien de teler in de volgteelt problemen verwacht met onkruid, kan een vals zaaibed toegepast worden. Bij dit valse zaaibed worden de onkruiden, die oppervlakkig zitten en vroeg in het groeiseizoen kiemen, bestreden. Een vals zaaibed is alleen mogelijk wanneer voldoende tijd beschikbaar tussen het klaarmaken van het land en het planten/ zaaien van het gewas. Tevens zijn drogende omstandigheden van belang om effectief onkruiden te bestrijden doormiddel van een vals zaaibed.

 

Na het doorlopen van de teeltvoorbereiding kan het gewas gezaaid of geplant worden. Voor de gewassen suikerbieten, aardappelen, tulpen en lelies is een beslismodel beschikbaar die de mogelijkheden in het groeiseizoen toelicht.

 

Kosten en dieselverbruik

De kosten en het dieselverbruik van de mogelijkheden voor onkruidbestrijding zijn geschat op basis van ervaringen. Deze gegevens zijn indicatief en kunnen door ontwikkelingen veranderen.

Kosten/ha Dieselverbruik/ha1
Inunderen (8 weken) €3000 8,5 liter
Uitputten door meermaals lostrekken €100/keer 7,5 liter/keer
Diepploegen €2500 60 liter
Plaatsspecifiek glyfosaat Max €110 2 liter
Ecoploegen €200 13 liter
Mulchen €130 10 liter
Klepelen €140 6,5 liter
Gewas inwerken €200 7,5 liter
NKG €100 7,5 liter
Kerende grondbewerking €230 20 liter
Vals zaaibed €170 4,5 liter

1 Afhankelijk van de intensiteit van de behandeling en het grondsoort.

 

Voorbeeld huidige standaard
Kosten Dieselverbruik
(Volvelds glyfosaat) €110 2 liter
(Klepelen + inwerken) €340 14 liter
Kerende grondbewerking of NKG €100-230 7,5-20 liter
Totaal €550 23,5 – 36 liter
Voorbeeld alternatief
Kosten Dieselverbruik
Inunderen €3000 8,5 liter
Klepelen €140 6,5 liter
Gewas inwerken €200 7,5 liter
Kerende grondbewerking €230 20 liter
€3.570 42,5 liter

 

Onkruidbeheersing in de teelt van lelies

Toelichting

Het beslismodel voor de onkruidbeheersing in de lelieteelt is een hulpmiddel voor de teler om een strategie te kiezen om in verschillende fasen van de teelt het onkruid te beheersen. De structuur van het beslismodel is gebaseerd op de ontwikkeling van het gewas.

 

Kies eerst de passende strategie. Er zijn vier strategieën uitgewerkt. De strategie 4 focust zich op de mogelijkheden voor de gangbare teler. De strategie 1 t/m 3 zijn biologische strategieën, met deze biologische strategieën is beperkt ervaring in de praktijk en het resultaat wordt sterk bepaald door de omstandigheden. Kies als biologische teler voor strategie 1 wanneer er gebruik wordt gemaakt van een afdekmateriaal tegen onkruid, kies voor strategie 2 wanneer u het onkruid op het bed mechanisch wilt bestrijden en kies voor strategie 3 wanneer u de lelies teelt op ruggen.

 

Strategie 1: Afdekken

Kort na het planten dient het afdekmateriaal aangebracht te worden op de bedden. Het afdekmateriaal zal in grote hoeveelheden aangebracht moeten worden om een barrière te vormen tegen het onkruid. Er zijn verschillende kanttekeningen aan het onderdrukken van onkruid doormiddel van afdekken. Ten eerste is tekort aan afdekmateriaal beschikbaar om deze strategie op grote schaal toe te passen. Daarnaast neemt het risico op (nacht)vorstschade toe. Tot slot kan veelvoudig gebruik van afdekmaterialen met een hoge C/N verhouding tot de vastlegging van stikstof leiden.

 

De mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding zijn beperkt bij het gebruik van een afdekmateriaal. Alleen onkruidrobots die de bodem niet verstoren kunnen worden ingezet. De onkruidrobots dienen ingezet te worden op kleine onkruiden. Na een behandeling moet de teler meermaals monitoren om te bepalen of de behandeling herhaalt dient te worden. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots de teelt van lelies.

 

Wanneer later in het groeiseizoen grote onkruiden zaad vormen, dienen deze verwijderd te worden. Dit kan op handmatige en mechanische wijze gedaan worden afhankelijk van de beschikbare mechanisatie en de hoeveelheid onkruid. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van lelies. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de lelies veroorzaken.

 

Wanneer na de oogst onkruidvorming plaatsvindt, kunnen deze onkruiden onder droge omstandigheden door een bewerking bestreden worden.

 

Strategie 2: Mechanisch

Bij de strategie mechanisch is het van belang om, bij onkruidvorming, voor- en na-opkomst zo lang mogelijk te wiedeggen. Hierbij dient de teler een korte interval aan te houden. Wiedeggen in lelies kan een oplossingsrichting zijn, maar het is beperkt mogelijk. De schade door wiedeggen is cultivarafhankelijk en bij de schubbenteelt is het niet mogelijk. Wiedeggen kan alleen vroeg in het groeiseizoen. Het type wiedeg en de afstelling is van belang om een goede onkruidbestrijding uit te voeren zonder schade te geven aan het gewas. Een nadeel van wiedeggen is het verstoren van de vogelnesten.

 

Indien het onkruid onvoldoende is bestreden door het wiedeggen, kan de teler overwegen om de onkruidrobot (diverse technieken als laser) in te zetten. Na het inzetten van een onkruidrobot is het van belang om te monitoren of het nodig is om de behandeling te herhalen. . Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in de lelieteelt.

 

Indien na het koppen er onkruidvorming in het pad plaatsvindt, kan de teler kiezen om een padenschoffel/frees in te zetten. Hierbij is het opnieuw van belang om te monitoren of een herhaling nodig is.

 

Indien de voorgaande behandelingen niet afdoende effect hebben gehad, is het belangrijk om de zaadvormende onkruiden te verwijderen. Dit kan handmatig en mechanisch. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van lelies. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de lelies veroorzaken.

 

Wanneer na de oogst onkruidvorming plaatsvindt, kunnen deze onkruiden onder droge omstandigheden door een bewerking bestreden worden.

 

Strategie 3: Ruggenteelt

De teler kan kiezen voor de ruggenteelt om eenvoudiger om mechanische wijze de onkruiden te bestrijden. Het is van belang om bij de vorming van kleine onkruiden aan te aarden en dit zo lang als mogelijk te herhalen. Het nadeel van een ruggenteelt is, dat de plantdichtheid en ook de opbrengst lager is dan bij een beddenteelt.

 

Indien het aanaarden niet afdoende effect heeft gehad, kan gekozen worden om een onkruidrobot in te zetten.  Nadat de behandeling met de onkruidrobot is uitgevoerd, is het van belang om te monitoren of er opnieuw onkruidvorming optreedt. In dat geval dient de behandeling herhaald te worden. . Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in de lelieteelt.

 

Als na de voorgaande behandelingen er zaadvormende onkruiden zijn overgebleven, is het van belang om deze te verwijderen om uitzaaien te voorkomen. Dit kan zowel op handmatige als op mechanische wijze. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van lelies. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de lelies veroorzaken.

 

Wanneer na de oogst onkruidvorming plaatsvindt, kunnen deze onkruiden onder droge omstandigheden door een bewerking bestreden worden.

 

Strategie 4: Gangbaar

Bij de vierde strategie heeft de teler meer mogelijkheden doordat naast niet-chemische maatregelen ook herbiciden ingezet kunnen worden voor een optimale onkruidbestrijding. Dit zal voor een gangbare teler tot de meest effectieve onkruidbestrijding leiden.

 

Voor opkomst van de lelies is een toepassing van bodemherbiciden in combinatie met glyfosaat gebruikelijk voor een schone start.

 

Bij opkomst van het gewas is het van belang dat de teler vaststelt of het onkruid onder controle is. Indien dit niet het geval is, kan de teler gebruik maken van het lage doseringen systeem. Dit werkt alleen op zeer jonge onkruiden, daarom is het van belang om goed te blijven monitoren en tijdig te beginnen. Blijf dit in het groeiseizoen controleren en zet indien nodig een LDS in.

 

Indien na de voorgaande maatregelen onkruiden op het bed een probleem vormen, kan de teler een onkruidrobot inzetten. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in de lelieteelt. Wanneer onkruidvorming in het pad een probleem vormt, kunnen deze onkruiden bestreden worden doormiddel van een padenschoffel.

 

Wanneer na de bloei het onkruid niet onder controle blijft, kan de teler een contactherbicide inzetten.

 

Als de voorgaande maatregelen niet hebben voorkomen dat grote onkruiden zaadvormen, dan is het van belang dat deze verwijderd worden. Dit kan handmatig en bij veel zaadvormende onkruiden kan de teler overwegen om eerst mechanisch deze onkruiden te verwijderen. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van lelies. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de lelies veroorzaken.

 

Wanneer na de oogst onkruidvorming plaatsvindt, kunnen deze onkruiden onder droge omstandigheden door een bewerking bestreden worden.

Onkruidbeheersing in de teelt van tulpen

Toelichting

Het beslismodel voor de onkruidbeheersing in de tulpenteelt is een hulpmiddel voor de teler om een strategie te kiezen om in verschillende fasen van de teelt het onkruid te beheersen. De structuur van het beslismodel is gebaseerd op de ontwikkeling van het gewas.

 

Voor de tulpenteelt zijn vijf verschillende strategieën uitgewerkt. Strategie 1 t/m 4 zijn biologische strategieën, met deze biologische strategieën is beperkt ervaring in de praktijk en het resultaat wordt sterk bepaald door de omstandigheden. Kies voor strategie 1 wanneer er op ruggen geteeld wordt. Kies voor strategie 2 wanneer u volvelds teelt en werkt met een afdekmateriaal. Kies voor strategie 3 wanneer u volvelds teelt en niet afdekt. En kies voor strategie 4 wanneer u op rijen plant met een sloffenplanter. De laatste strategie is een combinatie van niet-chemische maatregelen en herbiciden, voor een gangbare teler kan met deze strategie het best mogelijke resultaat met de beschikbare middelen en technieken behaald worden.

 

Strategie 1

De strategie 1 is bedoeld voor de ruggenteelt. Bij de ruggenteelt is het van belang om aan te aarden wanneer onkruidvorming optreedt. Bij nakiemers dient het aanaarden herhaald te worden. Hierbij zijn voldoende droge omstandigheden voor opkomst van de tulpen van belang. Vooral op zware gronden is dit vaak niet de praktijksituatie. Het nadeel van een ruggenteelt is, dat de plantdichtheid en ook de opbrengst lager is dan bij een beddenteelt. Ook vraagt de ruggenteelt om een aanpassing in de mechanisatie.

 

Wanneer het aanaarden onvoldoende resultaat heeft gehad, kan de teler nog kiezen om een onkruidrobot in te zetten. Hierbij is het opnieuw van belang om te monitoren of het onkruid onder controle blijft, indien dit niet het geval is kan de behandeling met de onkruidrobot herhaald worden. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in tulpen. In natte voorjaren is het op zware grond lastig toepasbaar door de lage draagkracht van de grond.

 

Wanneer de eerdere behandelingen niet hebben voorkomen dat grote onkruiden zaad gaan vormen, dan dienen deze zaadvormende onkruiden verwijderd te worden. Dit kan handmatig worden gedaan. Wanneer het onkruid in grote aantallen aanwezig is, kan dit eerst op mechanische wijze worden gedaan, om vervolgens handmatig de overgebleven zaadvormende onkruiden te verwijderen. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van tulpen. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de tulpen veroorzaken.

 

Na de oogst is het van belang dat een snel bedekkende groenbemester wordt gezaaid om het onkruid te onderdrukken. Indien tussen het rooien en zaaien al onkruid gekiemd is, kan dit worden bestreden door een oppervlakkige grondbewerking.

 

Strategie 2

De strategie 2 is bedoeld voor telers die gebruik maken van een afdekmateriaal. Het afdekmateriaal dient kort na het planten te worden aangebracht. Er zijn verschillende kanttekeningen aan het onderdrukken van onkruid doormiddel van afdekken. Ten eerste is tekort aan afdekmateriaal beschikbaar om deze strategie op grote schaal toe te passen. Ten tweede is het aanbrengen van het afdekmateriaal op zware grond lastig door de lage draagkracht. Daarnaast neemt het risico op (nacht)vorstschade toe. Tot slot kan veelvoudig gebruik van afdekmaterialen met een hoge C/N verhouding tot de vastlegging van stikstof leiden.

 

Door het afdekmateriaal, zijn de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding beperkt. De enige mogelijkheid is het inzetten van onkruidrobots die de bodem niet verstoren. Maak hiervoor de afweging of het onkruid onder controle is, indien dit niet het geval is kan de onkruidrobot (o.a. lasertechniek)  worden ingezet. Blijf na de behandeling met de onkruidrobot monitoren of opnieuw onkruidvorming optreedt, herhaal de behandeling met de onkruidrobot indien nodig. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in tulpen. In natte voorjaren is het op zware grond lastig toepasbaar door de lage draagkracht van de grond.

 

Wanneer in het pad kiemende onkruiden staan, kunnen deze bestreden worden doormiddel van een padenschoffel/ frees. Blijf hierbij monitoren of opnieuw onkruiden kiemen en herhaal de behandeling indien nodig.

 

Als de voorgaande behandelingen de vorming van zaad in het overgebleven onkruid niet hebben voorkomen, dienen deze zaadvormende onkruiden verwijderd te worden. Dit kan handmatig worden gedaan. Wanneer het onkruid in grote aantallen aanwezig is, kan dit eerst op mechanische wijze worden gedaan, om vervolgens handmatig de overgebleven zaadvormende onkruiden te verwijderen. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van tulpen. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de tulpen veroorzaken.

 

Na de oogst is het van belang dat een snel bedekkende groenbemester wordt gezaaid om het onkruid te onderdrukken. Indien tussen het rooien en zaaien al onkruid gekiemd is, kan dit worden bestreden door een oppervlakkige grondbewerking.

 

Strategie 3

Bij strategie 3 worden de volvelds geplante bollen op mechanische wijze bestreden. Voor opkomst heeft de teler de mogelijkheid om te wiedeggen of te mulchen om de vroeg gekiemde onkruiden te bestrijden. Op zware gronden is dit vaak lastig toepasbaar voor opkomst van de tulpen door de geringe draagkracht van de grond. Een nadeel van mechanische onkruidbestrijding is het verstoren van de vogelnesten.

 

Controleer na-opkomst of het wiedeggen/ mulchen afdoende effect heeft gehad. wanneer het onvoldoende effectief is geweest, zet dan een onkruidrobot in. Blijf na de behandeling met de onkruidrobot monitoren of er opnieuw onkruidvorming optreedt. Zet zo nodig de onkruidrobot vaker in. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in tulpen. In natte voorjaren is het op zware grond lastig toepasbaar door de lage draagkracht van de grond.

 

Wanneer in het pad kiemende onkruiden staan, kan de teler deze bestrijden doormiddel van een padenschoffel/frees. Wanneer na de behandeling opnieuw onkruidvorming in het pad optreedt, herhaal dan de behandeling met de padenschoffel/ frees.

 

Als de voorgaande behandelingen de vorming van zaad in het overgebleven onkruid niet hebben voorkomen, dienen deze zaadvormende onkruiden verwijderd te worden. Dit kan handmatig worden gedaan. Wanneer het onkruid in grote aantallen aanwezig is, kan dit eerst op mechanische wijze worden gedaan, om vervolgens handmatig de overgebleven zaadvormende onkruiden te verwijderen. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van tulpen. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de tulpen veroorzaken.

 

Na de oogst is het van belang dat een snel bedekkende groenbemester wordt gezaaid om het onkruid te onderdrukken. Indien tussen het rooien en zaaien al onkruid gekiemd is, kan dit worden bestreden door een oppervlakkige grondbewerking.

 

Strategie 4

Bij strategie 4 zijn de mogelijkheden voor mechanische onkruidbestrijding uitgewerkt in tulpen die op rijen zijn geplant met een sloffenplanter.

 

Voor opkomst kan de teler gebruik maken van verschillende technieken om de vroeg gekiemde onkruiden te bestrijden. Mogelijkheden hierbij zijn: wiedegggen, mulchen, branden en elektrocutie. Met deze technieken is beperkt ervaring opgedaan.  De technieken zijn niet-selectief, een te late toepassing kan dit leiden tot beschadiging. Nadelen van wiedeggen voor-opkomst zijn dat het niet te combineren is met een strodek en het niet werkt op grote onkruiden.

 

Bepaal of na deze behandeling of het onkruid onder controle is. Indien het onkruid niet onder controle is, kan de teler gebruik maken van schoffelen, dit bestrijdt het onkruid op een beperkt deel van de oppervlakte van het bed. Ook kan de teler gebruik maken van een onkruidrobot om de kiemende onkruiden te bestrijden. Maak deze afweging op basis van de omstandigheden en de hoeveelheid aanwezig onkruid. Indien de combinatie wordt gemaakt van eerst schoffelen en daarna het inzetten van de onkruidrobot, zal de onkruidrobot een hogere capaciteit hebben. Blijf na de behandeling monitoren of de behandeling herhaald dient te worden. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in tulpen. In natte voorjaren is zowel het schoffelen als de onkruidrobot op zware grond lastig toepasbaar door de lage draagkracht van de grond. Bij een nat voorjaar is het schoffelen ook onvoldoende effectief.

 

Bepaal of het onkruid in het pad onder controle is. Indien kiemende onkruiden aanwezig zijn, kunnen deze worden bestreden doormiddel van een padenschoffel of -frees. Blijf na de behandeling monitoren of de behandeling herhaald dient te worden.

 

Als de voorgaande behandelingen de vorming van zaad in het overgebleven onkruid niet hebben voorkomen, dienen deze zaadvormende onkruiden verwijderd te worden. Dit kan handmatig worden gedaan. Wanneer het onkruid in grote aantallen aanwezig is, kan dit eerst op mechanische wijze worden gedaan, om vervolgens handmatig de overgebleven zaadvormende onkruiden te verwijderen.

Na de oogst is het van belang dat een snel bedekkende groenbemester wordt gezaaid om het onkruid te onderdrukken. Indien tussen het rooien en zaaien al onkruid gekiemd is, kan dit worden bestreden door een oppervlakkige grondbewerking.

 

Strategie 5

De vijfde strategie is alleen te gebruiken voor een gangbare teler. Hierbij zijn niet-chemische maatregelen gecombineerd met het gebruik van herbiciden voor een optimaal resultaat.

 

Indien er veel problemen met onkruid worden verwacht, kan de teler met een hogere plantdichtheid planten voor een snellere bedekking.

 

Pas voor-opkomst bodemherbiciden en glyfosaat toe volgens het etiket. Dit leidt tot een schone start van de teelt.

 

Bepaal na opkomst of de eerdere maatregelen afdoende effect hebben gehad. Wanneer het effect onvoldoende is, kan de teler een contactherbicide of de onkruidrobot inzetten om kiemende onkruiden te verwijderen. Blijf na de behandeling monitoren of een herhaling nodig is. Er zijn beperkte ervaringen opgedaan met het gebruikt van onkruidrobots in tulpen. In natte voorjaren is het op zware grond lastig toepasbaar door de lage draagkracht van de grond.

 

Bepaal vervolgens of het onkruid in het pad een probleem vormt. Indien er kiemende onkruiden in het pad staan, kunnen deze worden bestreden doormiddel van de padenschoffel/frees. Blijf na de behandeling monitoren of een herhaling nodig is.

 

Als de voorgaande behandelingen de vorming van zaad in het overgebleven onkruid niet hebben voorkomen, dienen deze zaadvormende onkruiden verwijderd te worden. Dit kan handmatig worden gedaan. Wanneer het onkruid in grote aantallen aanwezig is, kan dit eerst op mechanische wijze worden gedaan, om vervolgens handmatig de overgebleven zaadvormende onkruiden te verwijderen. Het mechanisch verwijderen van onkruiden is een nieuwe ontwikkeling die nog niet is toegepast in de teelt van tulpen. Het handmatig verwijderen van onkruiden vraagt een grote arbeidsinspanning en bij grote onkruiden kan het schade aan de tulpen veroorzaken.

 

Na de oogst is het van belang dat een snel bedekkende groenbemester wordt gezaaid om het onkruid te onderdrukken. Indien tussen het rooien en zaaien al onkruid gekiemd is, kan dit worden bestreden door een oppervlakkige grondbewerking.

 

Onkruidbeheersing in de teelt van aardappelen

Toelichting

Het beslismodel voor de onkruidbeheersing in de aardappelteelt is een hulpmiddel voor de teler om een strategie te kiezen om in verschillende fasen van de teelt het onkruid te beheersen. De structuur van het beslismodel is gebaseerd op de ontwikkeling van het gewas.

 

Teeltvoorbereiding

Voorafgaand aan de teelt, dient de teler het beslismodel teeltvoorbereiding te raadplegen om problemen met onkruid te voorkomen.

 

Preventief

Ten eerste is het van belang dat de teler bepaald of er problemen met onkruid worden verwacht op basis van de afgelopen teelten. Indien er problemen worden verwacht, kan de teler preventieve maatregelen nemen. Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn: een hoge pootdichtheid, het voorkiemen voor een snelle opkomst en laat poten voor een snelle loofontwikkeling.

 

Voor-opkomst

Tussen het poten van de aardappelen en de opkomst kan de teler afhankelijk van de weersomstandigheden het onkruid op verschillende manieren corrigeren. Indien de grond droog is en het schraal weer is, zijn de omstandigheden optimaal om het onkruid mechanisch te bestrijden. De rug kan worden aangeaard en alleen bovenop de rug, waar de mechanische mogelijkheden beperkt zijn, wordt de bodemherbicide toegepast. Indien de omstandigheden ongunstig zijn voor een mechanische onkruidbestrijding, kan de teler volvelds bodemherbiciden toepassen. Om het gebruik van herbiciden te reduceren, is het wenselijk om een variabele dosering te gebruiken op basis van een taakkaart.

 

Na-opkomst

Wanneer de aardappelen opkomen, dient de teler te bepalen of het onkruid op het perceel onder controle blijft. Wanneer het onkruid onder controle lijkt, is het van belang om na drie dagen opnieuw te monitoren. Wanneer het onkruid bestreden dient te worden, is het van belang om te bepalen of het onkruid op de ruggen of tussen de ruggen een probleem vormt. Op de rug heeft de teler de keuze om het onkruid te bestrijden met een onkruidrobot of een contactherbicide. Indien de teler kiest voor de contactherbicide is het wenselijk om hierbij een spotsprayer te gebruiken om zo de hoeveelheid gebruikte herbiciden te beperken. Wanneer het onkruid tussen de ruggen gecorrigeerd dient te worden, zijn er mogelijkheden afhankelijk van de weersomstandigheden. Indien de grond droog is en het schraal weer is, kan het onkruid op mechanische wijze worden bestreden doormiddel van aanaarden. Als de weersomstandigheden niet geschikt zijn voor een mechanische onkruidbestrijding, bekijk dan op kort termijn of deze omstandigheden verwacht worden. Wanneer de omstandigheden niet goed zijn om het onkruid op mechanische wijze te bestrijden en dit ook niet verwacht wordt, kan de teler contactherbiciden inzetten, bij voorkeur doormiddel van spotspray.

 

Dicht gewas

Op het moment dat het gewas dicht staat zijn de mogelijkheden voor onkruidbestrijding beperkt. Indien het onkruid onvoldoende onder controle is, kan de teler een contactherbicide inzetten. Door het gebruik van een kappenspuit kan het onkruid goed geraakt worden. Ook kan de teler ervoor kiezen om nogmaals aan te aarden.

 

Wanneer de voorgaande stappen niet voldoende zijn geweest om zaadvormende onkruiden te voorkomen, is het van belang dat deze onkruiden verwijderd worden voordat er kans is op uitzaaien. Dit kan door mechanisch- of handmatig onkruidtrekken. Deze afweging kan de teler maken op basis van de aanwezige mechanisatie en de hoeveelheid onkruid op het perceel.

 

Na-oogst

Na de oogst van de aardappelen kan de teler verschillende keuzes maken om onkruidvorming te voorkomen. Indien de aardappelen vroeg geoogst worden, kan de teler na de oogst een snelbedekkende groenbemester zaaien die concurreert met het onkruid. Indien het na de oogst te laat is om een succesvolle groenbemester te zaaien, kan de teler onder droge omstandigheden op het perceel een oppervlakkige grondbewerking uitvoeren om de aanwezige onkruiden te bestrijden.

 

Kosten en dieselverbruik

De kosten en het dieselverbruik van de mogelijkheden voor onkruidbestrijding zijn geschat op basis van ervaringen. Deze gegevens zijn indicatief en kunnen door ontwikkelingen veranderen.

Kosten/ha Dieselverbruik/ha
Aanaarden €110 15 liter
Aanaarden (+

bodemherbicide op rug)2

- 15 liter
Volvelds bodemherbicide €180 2 liter
Onkruidrobot1 €360 - 2400 18 liter
Contactherbicide volvelds €105 2 liter
Contactherbicide spotspray €260 7,5 liter
Contactherbicide kappenspuit €100 7,5 liter
Mechanisch onkruidtrekken €300 15 liter
Handmatig onkruidtrekken1 €25* aantal uur Geen
Groenbemester zaaien €120/ha 7,5 liter
Oppervlakkige grondbewerking €170 4,5 liter

1 Capaciteit afhankelijk van de hoeveelheid onkruid.

2 Geen indicatie van de kosten, de mechanisatie hiervoor is niet beschikbaar in de praktijk.

 

Voorbeeld huidige standaard
Kosten Dieselverbruik
Ploegen (teeltvoorbereiding) €230 20 liter
Volvelds bodemherbicide €180 2 liter
(Volvelds systemische herbicide) €105 2 liter
Totaal €515 24 liter
Voorbeeld alternatief
Kosten Dieselverbruik
Ploegen (teeltvoorbereiding) €230 20 liter
3x aanaarden €330 45 liter
Mechanisch onkruidtrekken €300 15 liter
Totaal €860 80 liter

 

 

Onkruidbeheersing in de teelt van suikerbieten

Toelichting

Het beslismodel voor de onkruidbeheersing in de suikerbietenteelt is een hulpmiddel voor de teler om een strategie te kiezen om in verschillende fasen van de teelt het onkruid te beheersen. De structuur van het beslismodel is gebaseerd op de ontwikkeling van het gewas.

 

Preventief

Ten eerste is het van belang om te bepalen of er problemen met onkruid worden verwacht op basis van de afgelopen teelten. Wanneer er problemen worden verwacht met onkruid in de teelt, kan de teler ervoor kiezen om preventieve maatregelen te nemen. Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn: een hogere zaaidichtheid, een ras kiezen dat een snelle bodembedekking geeft en het zaaien van een dekvrucht die concurreert met het onkruid.  Ook kan de teler kiezen voor een Conviso Smart Systeem, een ALS-tolerant ras geeft de teler meer mogelijkheden voor de chemische onkruidbestrijding. Daarnaast heeft de teler de mogelijkheid om glyfosaat of een bodemherbicide voor opkomst in te zetten.

 

Na-opkomst

Wanneer de suikerbieten opgekomen zijn, dient de teler te bepalen of het nodig is om het onkruid te corrigeren. Indien het niet nodig lijkt om het onkruid te corrigeren, is het van belang dat de teler deze afweging na drie dagen opnieuw maakt. Wanneer het wel nodig is om het onkruid te corrigeren, heeft de teler een aantal mogelijkheden afhankelijk of het een gangbare of biologische teler betreft.

 

Voor een gangbare teler is de eerste stap om te bepalen of de grond droog genoeg is voor een mechanische onkruidbestrijding. Indien de grond droog is, werkt de mechanische onkruidbestrijding beter. Het schoffelen tussen de rijen kan gecombineerd worden met het gebruik van een maatregel in de rij. Voorbeelden van maatregelen in de rij zijn het toepassen van het lage doseringensysteem (LDS) of de onkruidrobot. Indien het onkruid mechanisch wordt bestreden, zal de onkruidrobot een hogere capaciteit hebben. Ook kan de teler kiezen voor het schoffelen zowel tussen de rijen als in de rij. Wiedeggen is pas mogelijk vanaf het 4-bladstadium, hiermee kunnen onkruiden volvelds bestreden worden. Wanneer de grond te vochtig is om een mechanische onkruidbestrijding uit te voeren, kan de gangbare teler gebruik maken van het LDS. Indien de techniek beschikbaar is, heeft spotspray de voorkeur met als doel het gebruik van herbiciden te reduceren. De teler kan ook het LDS volvelds toepassen. Naast het toepassen van een LDS kan de gangbare teler er ook voor kiezen om volvelds een onkruidrobot in te zetten.

 

De gangbare teler dient na drie dagen opnieuw te monitoren of het nodig is om opnieuw een onkruidbestrijding uit te voeren. Indien de teler vaststelt dat zaadonkruiden een probleem vormen, kunnen dezelfde stappen uit de vorige alinea gevolgd worden. Indien wortelonkruiden een probleem vormen, kan de teler een systemische herbicide plaatsspecifiek toepassen. In het geval van aardappelopslag kan de teler de aardappelen aanstippen of spotsprayen.

 

Een biologische teler heeft een beperkt aantal maatregelen die na-opkomst ingezet kunnen worden. Wanneer het droog en schraal weer is, kan de teler schoffelen tussen de rijen en vervolgens de onkruidrobot inzetten. Wanneer de grond te vochtig is om met schoffelen een goed resultaat te bereiken, kan de biologische teler ook kiezen om de onkruidrobot volvelds in te zetten. Na de onkruidbestrijding dient de biologische teler na drie dagen te monitoren om te bepalen of het herhalen van een onkruidbestrijding nodig is.

 

Dicht gewas

Wanneer het gewas dicht staat, zijn de mogelijkheden om het onkruid te corrigeren beperkt. Het is echter wenselijk om zaadvorming van onkruid te voorkomen, om zo de onkruiddruk in de volgteelten te verlagen. Wanneer er zaadvormende onkruiden aanwezig zijn kan de teler deze mechanisch of handmatig trekken. Bij mechanisch onkruid trekken is het van belang dat de zaadvormende onkruiden boven het blad van de suikerbieten uitsteken.

 

Na-oogst

Na de oogst kan de teler maatregelen nemen om de vorming van onkruid te beperken. Wanneer de oogst vroeg in het najaar plaatsvindt, heeft de teler de mogelijkheid om een groenbemester te zaaien die concurreert met het onkruid. De meeste suikerbieten worden laat in het najaar geoogst, hierna kan geen succesvolle groenbemester zaaien. In dat geval kan de teler, bij droge omstandigheden, het land tussen de oogst van de suikerbieten en de volgteelt oppervlakkig bewerken om de ontwikkeling van de onkruiden te beperken.

 

Kosten en dieselverbruik

De kosten en het dieselverbruik van de mogelijkheden voor onkruidbestrijding zijn geschat op basis van ervaringen. Deze gegevens zijn indicatief en kunnen door ontwikkelingen veranderen.

Kosten/ha Dieselverbruik/ha
Dekvrucht zaaien €120 5,5 liter
Bodemherbicide/ glyfosaat €53 - 160 2 liter
Schoffelen €90 4,5 liter
Onkruidrobot1 €360 - 2400 18 liter
Spotspray LDS €270 7,5 liter
Volvelds LDS €117 2 liter
Schoffelen + LDS in de rij €280 4,5 liter + 7,5 liter
Schoffelen + onkruidrobot1 in de rij €300-900 10,5 liter
Systemische herbicide volvelds €118-1942 2 liter
Spotspray systemische herbicide €264-279 7,5 liter
Mechanisch onkruidtrekken €300 20 liter
Handmatig onkruidtrekken1 €25* aantal uur Geen
Groenbemester zaaien €120 5,5 liter
Oppervlakkige grondbewerking €170 4,5 liter

1 Capaciteit afhankelijk van de hoeveelheid onkruid.

2 Afhankelijk van middelenkeuze op basis van grasachtige wortelonkruiden of breedbladige wortelonkruiden.

 

Voorbeeld huidige standaard
Kosten Dieselverbruik
NKG (teeltvoorbereiding) €100 7,5 liter
Volvelds bodemherbicide €120 2 liter
4x LDS €468 8 liter
(Volvelds systemische herbicide) €194 2 liter
Totaal €882 19,5 liter
Voorbeeld alternatief
Kosten Dieselverbruik
Ploegen (teeltvoorbereiding) €230 20 liter
Vals zaaibed (teeltvoorbereiding) €170 4,5 liter
3x schoffelen €525 13,5 liter
Mechanisch onkruidtrekken €300 20 liter
Totaal €1225 58 liter